| |
De oplossing
De trainerscursussen die zijn samengesteld, puilen uit van
pietraat over tactische concepten, wedstrijdanalyses en systemen die de spelers
in aanvallend opzicht toch niet kunnen uitvoeren door een groot gebrek aan
offensieve kwaliteiten. De docenten weten alles over een Coopertest,
parcourstrainingen, circuittrainingen, intervaltrainingen, en andere fysieke en
conditionele trainingen, die de cursisten zich eigen moeten maken. Geen enkele
techniek is met een stopwatch of via een fluitsignaal te leren. Voor alles wat
via een fluitsignaal of stopwatch is ontwikkeld, is nog nooit iemand naar een
voetbalwedstrijd komen kijken. Topspelers en topteams zijn dus niet afhankelijk
van een specifieke fysieke opleiding, zelfs de toptrainers, die een
schitterende voetbalcarrière achter de rug hebben zijn afhankelijk van de
kwaliteiten van hun spelers. Door hun aangeboren talenten hebben ze weinig
begrip voor de minder begaafden, die om in een bepaald onderdeel uit te
blinken, uren moeten oefenen. Ook al hebben de toptrainers er de tijd voor, ze
missen de inspiratie, overtuigingskracht en het geduld om spelers op te leiden
die hun ideeën in de praktijk kunnen uitvoeren. Ondanks het feit dat het maken
van schijn- en passeerbewegingen het kenmerk is van alle topspelers, is er nog
nooit iemand uitgeput de kleedkamer binnengekomen na een training van deze
bewegingen. Dit ontkracht ook het gezegde van al die trainers die trots
vertellen, dat ze alles met de bal trainen en na de training de jeugd voldoende
tijd geeft om te herstellen.
Technisch zwakke spelers moeten niet hard trainen, ze
moeten een bepaalde techniek zo vaak herhalen, tot ze deze met een minimum aan
inspanning kunnen uitvoeren. Daarna kan zo'n oefening op volle snelheid, met
weerstand en met een tegenstander, worden herhaalt dat men de ideale
wedstrijdconditie er spelend door verwerft. Helaas is de werkelijk anders, als
de spelers doodmoe, meestal van onpersoonlijke en onrealistische trainingen, de
kleedkamer binnen strompelen, is coach, trainer, manager, bestuur, tevreden.
Niemand vraagt zich blijkbaar af of de spelers daadwerkelijk iets hebben
bijgeleerd.
Ondanks deze vaststelling, is er nog veel te weinig zelfkritiek, altijd lag de
fout bij de jeugd, de een was te langzaam, de andere te weinig techniek,
inzicht, mentaliteit enz.... Niemand realiseert zich blijkbaar dat ze zelf niet
in staat zijn geweest deze tekortkomingen op te heffen. Tussen praten en doen
ligt in de voetballerij een wereld van verschil. Wanner je als trainer niet
intensief en gericht hebt geoefend om alles ZELF onder de knie te krijgen, kun
je het onmogelijk op anderen overbrengen. Daarom kun je al die mensen die zich
met de jongste jeugd bezig houden, weinig verwijten.
Diegenen die bij de nationale voetbalbonden
verantwoordelijk zijn voor de trainers opleidingen moeten de hand in eigen
boezem steken en het eigen belang niet langer laten doorwegen. De tijd is nog
nooit zo rijp geweest om hier verandering in te brengen want de bibliotheek met
onrealistische oefenstof en geestdodende tactische concepten is boordevol. Men
moet er eindelijk toe overgaan, trainers op te leiden, die in staat zijn vooral
de jeugd de nodige kwaliteiten bij te brengen die onmisbaar zijn met
attractieve en individuele acties, openingen en scoringskansen uit te spelen.
Om dit bij de jeugd zo jong en zo goed mogelijk te realiseren, moeten ze zich
in VIER onmisbare onderdelen bekwamen :
1. Het verwerven van een veelzijdige dynamische balvaardigheid.
2. Zo sterk worden in de moeilijke één tegen één situaties.
3. Zo goed mogelijk individueel en met behulp van medespeler(s) over de
tegenstanders heengaan.
4. Zoveel mogelijk scoringskansen creëren.
De opvolging
Het spreekt vanzelf dat de één beter en sneller leert dan
de ander, de snelheid van ontwikkeling hangt af van het talent, soepelheid,
maar vooral van het ontwikkelen, het kweken van het talent om gericht en
regelmatig, vooral zelfstandig, te oefenen, hetgeen een enorme belangrijke rol
speelt bij deze opleiding.
Dat je nergens de jeugd ZELFSTANDIG aan de technieken met de bal van de beste
spelers ziet oefenen, ondanks het feit dat ze dolgraag vedette willen worden,
komt beslist niet vanwege hun vermeende luiheid, maar doordat dit niet bij hun
club gebeurt, weten ze niet hoe het moet.
Wegens een groot gebrek aan balgevoel en voetbalcoördinatie gaat het oefenen in
het begin voor die ontelbare minder begaafden niet gemakkelijk, daarom zijn
bewegingen met de bal voor deze beginperiode bewust eenvoudig gehouden, zodat
de jeugd vanaf 5 jaar het leren kan. Zodra ze over deze moeilijke beginperiode
heen zijn gaat alles veel gemakkelijker en zullen zij met hun onblusbare
energie spelenderwijs een veelzijdige balvaardigheid verwerven.
Hiervoor zijn de bewegingen met de bal ingedeeld in 2 categorieën. De eerste
categorie waarmee de 5- en 6-jarigen reeds beginnen te oefenen hebben als doel,
het balgevoel, de beweeglijkheid en het snel voetenwerk aan de bal te
ontwikkelen. Vooral de 8-en 9-jarigen zijn leergierig, ze willen zoveel
mogelijk "aan de bal leren" van hun idolen om trots te laten zien wat ze al met
de bal kunnen doen. Hierdoor leren ze op deze leeftijd ook reeds de
wedstrijdechte bewegingen zoals de topspelers. Met hun fantasie,
verbeeldingskracht en vindingrijkheid, die hun leeftijd eigen is, benutten zij
reeds spontaan enkele van deze bewegingen in kleine partijtjes, waardoor
onbewust de basis wordt gelegd voor hun creatieve ontwikkeling.
Grote wedstrijden hebben dan ook voor 8-9-jarigen nog
weinig nut, zelfs bij 7 tegen 7 is het balbezit te beperkt. Laat ze op deze
leeftijd op TRAINING , 4 tegen 4 of hooguit 5 tegen 5 oefenen, waarbij niet de
uitslag maar het maken van zoveel mogelijk creatieve acties belangrijk is. Deze
partijtjes moeten elke 10 of 15 minuten afgewisseld worden met ontspannende
baloefeningen, waarbij ze tevens weer op adem komen. Vanaf ongeveer 6 jaar tot
het begin van de puberteitsjaren is de beste leerperiode voor een dergelijke
ontwikkeling, en na deze leeftijd moeten de kwaliteiten optimaal verder
opgebouwd worden, hetgeen de spelers trouwens gemakkelijker afgaat, zowel
lichamelijk als geestelijk.
Al de trainers die over hun eigen benen struikelen als ze
een beweging met de bal moeten demonstreren, omdat ze het niet kunnen
opbrengen, ze door intensief oefenen aan te leren, doen er goed aan de vele
voordelen die het verwerven van een balvaardigheid bij de jeugd oplevert, eens
goed te analyseren. Met een beetje zelfkritiek wordt dan ontdekt, dat ze
misschien in staat zijn om te coachen, of een elftal in conditie te brengen,
maar dat ze bij het opleiden van attractieve, technisch creatieve voetballers,
weinig of niets te zoeken hebben.
De voordelen
De vele voordelen die uit de Coerver-methode kunnen gehaald
worden zijn hierboven meerdere malen beschreven, toch moeten we vijf
aandachtspunten onderstrepen.
1. Wie sterk is aan de bal, kan ook de mogelijkheden van
zijn medespelers gemakkelijk overzien. Een speler met veel tactisch inzicht is
uiteraard machteloos als hij het technisch niet kan uitvoeren. Hoe meer
technieken en speler verwerft, hoe meer mogelijkheden hij heeft om het meeste
resultaat uit een wedstrijdsituatie te halen waarbij hij betrokken is.
2. Tijdens balvaardigheidoefeningen schommelt de polsslag meestal rond de 120
slagen per minuut, waardoor onbewust zonder rondjes te lopen, een prima
basisconditie wordt verworven. Later kan men de oefeningen op snelheid en met
tegenstanders zo vaak herhalen dat men er spelenderwijs een aan het echte
voetbal aangepaste conditie mee verwerft.
3. De hoeveelheid van de bewegingen staat garant voor dat men elk onderdeel,
zoals richtingveranderingen, draaiingen en wendingen met de bal, het afschermen
en vrijspelen van de bal, het dribbelen, drijven, tegenstanders de verkeerde
kant opsturen en over hen heengaan, gevarieerd en doelgericht kan oefenen,
waarbij de spelers vanzelf ontdekken met welke bewegingen ze het meeste succes
hebben in een bepaalde situatie en die ze constant kunnen gebruiken.
4. Bij het oefenen van balvaardigheid en balperfectie wordt de jeugd geen
moment beziggehouden met onrealistische oefeningen, iedere beweging heeft een
duidelijk en gericht doel, mede door het succes wordt de interesse (vooral in
het zelfstandig oefenen) gestimuleerd
5. Wie sterk is aan de bal, heeft zelfvertrouwen, eist hem op, past zich niet
aan maar wil zelf bepalen wat er met de bal gebeurt. Ze staan nu als het ware
reeds te popelen om met de bal aan de voet de baas te spelen over hun
tegenstander.
Een
tegen een situatie
Alle topspelers hebben van
jongsaf aan hun balvaardigheid al pingelend benut om met de bal aan de voet hun
directe tegenstander uit te schakelen. Natuurlijk hebben de zes- en zeven
jarigen al vanaf hun eerste training in kleine partijtjes de één tegen één
situatie zonder veel resultaat geoefend en is er bij de acht- en negen jarigen,
vanaf het moment dat ze een wedstrijdechte beweging beheersen, een tegenstander
ingeschakeld. Hierbij fungeerde deze echter meer als partner om de beweging ook
met een tegenstander in de buurt op het juiste moment te leren toepassen. De
weerstand van deze tegenstander of partner is hier geleidelijk opgevoerd. Voor
de ontwikkeling van hun zelfvertrouwen en zelfbewustzijn is het heel belangrijk
de weerstand steeds op te voeren: hoe beter iemand zich in een bepaald
onderdeel ontwikkelt, hoe meer tegenstand hij krijgt. Om zo sterk mogelijk te
worden in dit moeilijke onderdeel zijn hier niet alleen de bewegingen om de bal
af te schermen, vrij te spelen of een tegenstander alle richtingen op te
sturen, onmisbaar, maar ook de beweeglijkheid en de souplesse, de
handelingssnelheid aan de bal en het snel voetenwerk, om de bal elke fractie
van een seconde te controleren en onbereikbaar te maken voor de tegenstander.
Omdat dit intensieve oefeningen zijn moet het met kaatsers gebeuren, waarmee
zonder onderbreking regelmatig kan worden gewisseld, terwijl ze elke 10 of 15
minuten moeten worden afgewisseld met ontspannende baloefeningen of spelvormen.
Bij de kleine partijtjes die tijdens het intens oefenen van dit onderdeel
worden gespeeld, is de weerstand "wedstrijd echt" , zonder dat de tegenstander
er een gevecht om de bal van maakt.
De
Tegenstander oprollen
Na het beheersen van de bal en de tegenstander is dit de
logische volgorde van oefenen om in dit voor de attractiviteit en
productiviteit zo belangrijk onderdeel zo sterk mogelijk te worden. Topspelers
beheersen dit onderwerp perfect, ze benutten balbezit om met snelle individuele
of collectieve acties hun tegenstander te omzeilen en scoringskansen te creëren
of tot scoren te komen. Zij hebben zelden of nooit de bal ingeleverd, maar
steeds opnieuw geprobeerd het beste resultaat te behalen uit elk balbezit. Dit
is de reden waarom zij wel een topper zijn geworden, terwijl die ontelbare die
de bal steeds hebben ingeleverd, of dit van hun trainer verplicht waren, nooit
boven de grijze middelmaat zijn uitgekomen. De jeugd heeft in de voorafgaande
twee onderdelen zoveel zelfvertrouwen, zelfbewustzijn, lef en flair aan de bal
verworven, dat ze niets liever oefenen dan via individuele acties, overlapping,
één - twee, en andere combinaties , tegenstanders passeren. Ook al leiden ze
hierbij vaker balverlies, steeds opnieuw worden ze aangemoedigd om met moed en
risico deze acties te maken om tegenstanders achter de bal de krijgen. Met de
bal in de breedte te spelen lukt dit nooit. Mocht er desondanks nog een speler
zijn die onzelfstandig en onpersoonlijk inlevert, dan moet hij een rondje om
het veld lopen tot hij beseft dat hij zowel met het lopen van rondjes als met
ballen inleveren nooit uitgroeit tot een waardevolle voetballer.
Scoren
Wie alle onderdelen onder de knie heeft, is in staat
zonder toeval (kick and rush)) scoringskansen uit te spelen. Om deze zo
effectief mogelijk te benutten, moet men over een prima kop- en schiettechniek
beschikken. Overal zie je technisch zwakke spelers op doel schieten, hetgeen
weinig nut heeft, omdat deze spelers met hun gebrekkige techniek zelden of
nooit een schietkans kunnen forceren, zeker tegen een overmacht aan
verdedigers.
Nadat het koppen en het schieten zo goed mogelijk zijn beoefend, worden alle
technieken uit de voorgaande onderdelen, zoals het vrijspelen van de bal, het
passeren, overlappen, een-twee, enz, intensief getraind met afwerken op doel.
Nu ze in deze offensieve technieken sterk zijn, moeten ze met lef, moed en een
groot hart, acties maken en afwerken.
Het individueel en collectief verdedigen moet echter pas volledige aandacht
krijgen als de jeugd de baltechnieken voldoende beheerst. Men kan het niet vaak
genoeg herhalen, verspil de kostbare energie van de jeugd niet aan
onrealistische oefenstof , het vechten om de bal om ook anderen het leren
voetballen onmogelijk te maken. Een elftal met spelers zonder veel
aanvalskracht is een kleurloos en doods elftal. Niet de hoeveelheid opererende
spitsen bepaalt of het elftal succesvol aanvallend voetbal speelt, maar de
offensieve kwaliteiten van de spelers en het benutten van die kwaliteiten,
bepalen hier de wedstrijd. Zoals alle spel- en wedstrijdvormen zonder doelen
worden gespeeld, met kaatsers of spitsen die altijd onderweg zijn om voor de
speler in balbezit ruimte te creëren, waardoor ze steeds twee mogelijkheden
hebben om over de tegenstander heen te gaan, worden alle grote wedstrijden
gespeeld met één spits en zoveel mogelijk van achteruit komende aanvallers.
Deze snelle beweeglijke spits die, doordat hij hiervoor de ideale ruimte heeft,
zowel in de lengte als in de breedte, is hierdoor moeilijk uit te schakelen.
Nog moeilijker uit te schakelen zijn alle andere spelers, die direct als de
gelegenheid zich voordoet met snelle individuele acties en combinaties van
achteruit komend, naast deze spits opduiken of voorbij sprinten. Als je met
vaste vleugelspitsen speelt, laat je weinig of geen ruimte voor deze op volle
snelheid komende spelers uit de tweede of derde lijn, die zich door niets of
niemand laten ophouden en daarom veel moeilijker uit te schakelen zijn dan deze
vleugelspitsen.
Ideaal is tevens dat de drie basisvoorwaarden om zo'n succesvoetballer te
worden, techniek, inzicht en persoonlijkheid, altijd vooropstaan. Hoe meer
technische kwaliteiten, hoe beter men de situatie kan oplossen. Zoals alle
topspelers moet ook de jeugd steeds trachten met haar techniek het best
mogelijke resultaat te halen uit de situaties waarbij zij betrokken raakt en
ook haar tactisch inzicht zo goed mogelijk gestalte te geven. Een twijfelaar,
een onzelfstandige speler kan nooit over persoonlijkheid en een prima
wedstrijdmentaliteit beschikken, waardoor hij zelden het beste resultaat kan
halen uit een gegeven situatie, ook al is hij technisch en tactisch sterk.
De trainer die de opleiding "mentaliteit" doceert, is niet alleen technisch en
tactisch bezig. Vanaf de eerste training worden positieve gewoontevormingen,
zoals sportiviteit, zelfdiscipline, zelfstandigheid en initiatief gekweekt. De
jeugd wil met haar vitaliteit, energie en leergierigheid een groot voetballer
worden en de trainer alleen kan dit realiseren.
De
Basisbewegingen
De wedstrijdsituaties zijn zo veelzijdig en onvoorspelbaar
dat hoe meer bewegingen je beheerst, des te beter het is, terwijl je ook veel
meer gevarieerder kan trainen en uitleven. Iedere speler moet zich in
verschillende basisbewegingen specialiseren, welke hij naar gelang de situatie
bij richtingsveranderingen, draaiingen en wendingen met de bal of bij
afschermen en vrijspelen, toepast. Naast de competitievormen is de een tegen
een situatie (zonder weerstand, de tegenstander mag noch bal of lichaam
aanraken) de ideale oefenvorm om met de bal aan de voet spelers op te zoeken,
voorbij te dribbelen, bal af te schermen en de juiste wendingen te maken.
De wedstrijdechte bewegingen zijn opgedeeld in basis-, schijn- en
passeerbewegingen. Hoewel het moeilijk is ze apart in te delen daar veel basis-
en schijnbewegingen in bepaalde situatie ook benut worden om tegenstanders te
passeren.vb. Met een stopbeweging en richtingsverandering, de overstap en de
bal achter het standbeen terughalen, kan de speler reeds meerdere tegenstanders
uitschakelen. Ondanks dat deze ingedeeld worden bij de basis bewegingen kunnen
we met een voorafgaande schijnbeweging op de basisbeweging een perfecte
passeerbeweging uitvoeren. Jammer genoeg blijkt in werkelijkheid enkel de
kapbeweging de meest uitgevoerde passeerbeweging.
Als men later de verschillende bewegingen heeft ingeoefend kan een speler
automatisch ontdekken welke beweging voor hem het beste is. Als deze
verschillende bewegingen in combinatie worden gezet, kan men spreken over een
creatieve speler. Later kan de uitvoeringstijd ingekort worden en de weerstand
, door middel van gebruik van tegenstanders en inkorten terrein grootte,
opgevoerd worden en behalen de spelers in wedstrijdvormen een optimaal
rendement.
De
Coerver baltechnieken
NOTA voor de trainers : Ongeacht welke leeftijd de spelers
ook hebben, de aanvang om balvaardigheden aan te leren situeert zich tussen de
evenwichtfase en de coördinatiefase.
Evenwichtfase
Het kind kan in beweging
de bal raken, al dan niet correct. Maar zodra hij baltechnieken zoals, stop,
afrol, terug halen enz ... moet aanleren, dan moet de voet omhoog om deze OP de
bal te plaatsen. Meestal wordt het been niet hoog genoeg geheven en raakt hij
de bal, zodat deze weg rolt. Anderzijds zet hij de voet op de bal (bal nr3) en
kan hij het evenwicht niet bewaren. (meer hierover in loopmotoriek)
Coordinatiefase
Deze fase verloopt in drie stappen, waarvan de laatste de moeilijkste is.
1. Aandacht-fase : als het kind zich minder dan 15 min/uur kan concentreren dan
moet de trainer de aandacht gepast opeisen en afgeven. Indien de aandacht van
het kind afgeleid is mag je opnieuw beginnen. 2. Verwerkingsfase : het
voorbeeld van de oefening moet in de hersenen opgenomen worden. Het is sterk
aan te raden dat de trainer de oefening traag en frequent demonstreert. 3.
Doe-fase : de speler moet de oefening uitvoeren . Deze derde stap is voor
sommigen nogal moeilijk. Door met geduld op herhaling (elke training) te wijzen
kan de derde stap succesvol worden. De soepelheid en beweeglijkheid van het
lichaam speelt ook hierin een belangrijke rol. (zie loopmotoriek)
De
Coerver Methode
Voor wie meer informatie in woord en beeld wilt over de Coerver methode
zijn er DVD te bestellen bij bijv Bol.com.
|
|